Stut Theater

Geschiedenis

Stut Theater werd opgericht in 1977.

Een “stut” die in kolenmijnen gangen ondersteunt, inspireerde de oprichters: zij willen met theater mensen ondersteunen die maatschappelijk en economisch onder druk staan. Zij doen dat door mensen zelf hun eigen leven te laten spelen met hun eigen houdingen en in hun eigen taal.

In 1978 ging de eerste voorstelling in première. Deze was gemaakt door professionele toneelbegeleiders in samenwerking met bewoners van het Utrechtse Houtplein in de wijk Pijlsweerd. Die bewoners vertelden en improviseerden over hun ervaringen, de toneelbegeleiders maakten van die verhalen een toneelstuk, dat door de bewoners werd gespeeld in de eigen buurt en in andere buurten en theaters in het land.

Dit was de start van een lange reeks toneelstukken met honderden buurtbewoners uit de oude en nieuwe volkswijken van de stad. In de voorstellingen zijn de verhoudingen (en veranderingen) in de wijken te zien, zoals ze zich concreet tussen mensen voordoen in het leven van alledag. Een stuk van Stut Theater is altijd een stuk van binnenuit , omdat het wordt gespeeld door de mensen die het dag (en nacht!) aan den lijve meemaken.

De voorstellingen zijn in de loop van de jaren professioneler geworden, maar het uitgangspunt is onveranderd: de buurtbewoners zijn zelf de spelers van hun eigen verhaal. Het publiek ziet eerlijke, doorleefde voorstellingen waarin heftige emoties en humor elkaar afwisselen.

31 jaar Stut in vogelvlucht

Het ontstaan van Stut Theater vindt haar allereerste begin in februari 1976. In Pijlsweerd (een Utrechtse arbeiderswijk) ontstaat het idee om, ter gelegenheid van het vierjarig bestaan van het actiecomité van de buurt, een toneelstuk te maken over de gevoerde huurweigeringsacties. Via via komen ze terecht bij Jos Bours, in die tijd dramaturg aan de toenmalige Academie voor Expressie door Woord en Gebaar, en Marlies Hautvast, afgestudeerd docente drama en op dat moment werkzaam op een vormingscentrum voor werkende jongeren in Amsterdam. Onder hun begeleiding wordt door de mensen uit Pijlsweerd het huurweigerstuk gemaakt en gespeeld in de buurt.

De opvoering is een succes. 19 maart 1977 komt een groepje mensen bij elkaar die ‘wel wat met elkaar willen’. Jos en Marlies maken deel uit van dat groepje, dat verder bestaat uit Ineke van Adrichem, Frans Blom, Peter van der Hoek, Ruth van Koesveld en Carel Meyer. Het is de groep die zich later Toneelbegeleidingsgroep Stut zal gaan noemen. Ze willen een structurele buurttoneelvoorziening zijn, die theater maakt met mensen uit Utrechtse (arbeiders-)buurten.

Daarna gaat het snel. In verschillende Utrechtse buurten worden toneelgroepen gestart die onder begeleiding van de mensen van Stut toneelstukken maken over wat hèn bezighoudt, wat zíj meemaken, wat hún verhaal is.

In 1978 maakt toneelgroep Pijlsweerd een toneelstuk over het Houtplein.
In de Bokkenbuurt start in 1979 een toneelgroep nadat mensen daar het Houtpleinstuk hebben gezien.
In 1980 ontstaat het Vrouwencabaret op initiatief van Marlies Hautvast, die met een aantal vrouwen uit de wijk het idee heeft gekregen om op Internationale Vrouwendag wat liedjes te zingen en stukjes te spelen.
In de Betonbuurt en Oudwijk worden in 1981 toneelgroepen opgericht na het zien van voorstellingen van de Bokkenbuurt en Pijlsweerd.
In 1982 besluiten een aantal mensen die verschillende Stut-stukken gezien hebben om ook in het Verdomhoekje een toneelgroep op te zetten.
De wijk Julianabouw/Schepenbuurt begint in 1984, na het zien van een voorstelling van het Verdomhoekje, een toneelgroep onder begeleiding van een stagiaire.
In 1985 krijgt ook de Utrechtse wijk Kanaleneiland een eigen toneelgroep, op initiatief van de moedergroep van de crêche aldaar.
In 1987 besluit Stut om een uniek project aan te pakken. Ter ere van het tienjarig bestaan wordt de avondvullende muziektheaterproductie Carnaval der Lachebekken gemaakt waarin spelers en speelsters uit bijna alle groepen betrokken zijn.

Vanaf 1988 wordt er niet meer uitsluitend per buurt gewerkt, maar ook thematisch: niet meer een toneelgroep per wijk, maar mensen uit diverse volkswijken, die ervaringen hebben met een bepaald thema, vormen de toneelgroepen. Binnen de organisatie van Stut worden de taken op een andere manier verdeeld. Jos Bours, die voor “Carnaval der Lachebekken” voor het eerst de tekst had geschreven, schreef vanaf dat moment alle teksten. Dat was een grote stap vooruit op het artistieke vlak. Door middel van een tekstconcept stelde hij regisseur en spelers in staat de thematiek te verdiepen en -inhoudelijk en theatraal- interessanter te maken. Stut slaagde erin om -ondanks hogere artistieke pretenties- toch niet het contact met de buurtbewoners op toneel en in de zaal te verliezen. Integendeel: de respons en de toeschouwersaantallen groeiden.

In 1992 worden voor het eerst “allochtone” bewoners bij het werk van Stut betrokken. Regisseur Marlies Hautvast maakte met acht Nederlandse en Turkse vrouwen uit de wijk Kanaleneiland het kleine toneelstuk “Cirkels”. Dat is het begin van een reeks spraakmakende stukken, waarin de integratieproblematiek centraal staat. Deze stukken worden gemaakt hetzij in gemengde samenstelling (Het Verdriet van de Volkswijk, Tranen in de Regen, Het is hier Holland), of juist met alleen allochtone (Zonen van de Maghreb) of autochtone bewoners (Liefde). Voortdurend blijft het leven in de wijken de niet opdrogende bron waaruit Stut Theater inspiratie put voor toneelstukken die laten zien hoe interessant deze maatschappelijke groep haar eigen leven voor het voetlicht kan brengen dankzij deze samenwerking.